Vraag en antwoord

Wekelijks wordt hier een vraag behandeld die betrekking heeft op financiële situaties van de 50-plusser.

Overzicht van laatstgestelde vragen:


Wat is een Blijverslening?

Vraag:
Omdat ik wat minder mobiel wordt, moet ik mijn woning aanpassen. Nu heb ik gehoord dat het mogelijk is een 'Blijverslening' te krijgen. Wat is dat?

Antwoord:
Het doel van de Blijverslening is om ouderen de mogelijkheid te bieden hun woning zodanig aan te passen, dat ze er kunnen blijven wonen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een slaapkamer of badkamer op de begane grond, aan het verwijderen van drempels of het installeren van een traplift.
Voor de financiering van dergelijke aanpassingen, kan een Blijverslening worden aangevraagd. Deze lening heeft gunstige voorwaarden en een lage rente. De Blijverslening kent twee vormen:

  • een hypothecaire variant;
  • een consumptieve variant.

Hypothecaire Blijverslening
De hypothecaire variant is met name aantrekkelijk voor mensen met overwaarde in hun woning. De bestaande hypothecaire lening + de Blijverslening mogen samen namelijk niet hoger zijn dan 80% van de WOZ-waarde.
De lening bedraagt tussen de € 2.500 en € 50.000. Het is een annuïteitenhypotheek, maar de gemeente of provincie mag bepalen dat de lening voor een deel ook aflossingsvrij wordt afgesloten.

  • Voor een hypothecaire Blijverslening tot € 10.000 geldt een looptijd van 10 jaar. De rente bedraagt (in november 2015) 1,0% per jaar.
  • Voor een lening boven de € 10.000 geldt een looptijd van 20 jaar. De actuele rente daarvoor is 2,0% per jaar. Deze rentes staan voor de hele looptijd vast.

De hoogte van de maximale lening is wel afhankelijk van het inkomen: hiervoor gelden de 'gewone' wettelijke leennormen. Naast de rente leidt de hypothecaire Blijverslening nog de volgende kosten (voor rekening van de klant):

  • Notariskosten (er moet een hypotheekakte opgesteld worden).
  • Afsluitkosten van € 850.
  • Eventuele advieskosten. SVn geeft geen advies. Dit is voorbehouden aan hypotheekadviseurs.

Consumptieve Blijverslening
De consumptieve variant is bedoeld voor woningbezitters met geen of weinig overwaarde. Dit is het geval als de bestaande lening en de gewenste lening boven de 80% van de WOZ-waarde uitkomen. De consumptieve Blijverslening is minimaal € 2.500 en maximaal € 10.000 en loopt altijd 10 jaar in de vorm van een annuïteit. De rente bedraagt (in november 2015) 3,1% op jaarbasis. De aanvrager, of één van de aanvragers, mag niet ouder zijn dan 75 jaar.
Naast de rente, zijn er geen standaard bijkomende kosten. Er wordt een onderhandse akte opgemaakt, dus een gang naar de notaris is niet nodig. Ook worden geen afsluitkosten in rekening gebracht. Alleen wanneer de klant advies inwint, moet hij zijn adviseur hiervoor betalen.
Omdat het een consumptief krediet betreft, geldt er voor de klant een bedenktermijn van 14 dagen na ondertekening van de offerte.
Overige eigenschappen (zowel hypothecair als consumptief):

  • De lening mag altijd boetevrij worden afgelost (met een minimum van € 250).
  • De lening wordt verstrekt via een bouwkrediet (een depot).
  • De Blijverslening moet worden aangevraagd bij de gemeente of provincie.
  • De gemeente/provincie mag nadere eisen stellen aan de lening, zoals een (andere) leeftijdsgrens of een lagere maximale lening dan SVn in de voorwaarden stelt.
  • Gemeenten bepalen ook andere voorwaarden, die per gemeente dus kunnen verschillen, zoals:
    • De doelgroep.
    • De woningcategorie (bestaande bouw, nieuwbouw, projectmatig).
    • De maximale WOZ-waarde van de woning.
    • Welke maatregelen in aanmerking komen voor financiering met de Blijverslening.
    • Of er consumptieve en/of hypothecaire Blijversleningen worden verstrekt.

Bij de introductie van de Blijverslening zijn er nog geen gemeenten die de mogelijkheid bieden. Er zijn inmiddels 63 gemeenten die hebben aangegeven geïnteresseerd te zijn.

top ↑

Doorwerken na AOW-leeftijd

Vraag:
Binnenkort ga ik met pensioen. Wat gebeurt er als ik, bij mijn baas, nog blijf doorwerken?

Antwoord:
ls een werknemer de AOW-leeftijd bereikt en hij wil doorwerken, met instemming van de werkgever, stuit dit in de praktijk op allerlei problemen. Denk bijvoorbeeld aan twee jaar loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en recht om het aantal arbeidsuren uit te breiden.
Om het aantrekkelijker te maken toch AOW-gerechtigden in dienst te nemen of houden, is op 1 januari 2016 de wet aangepast.

Als een werknemer de AOW-leeftijd bereikt, kan de werkgever het contract ontbinden. Hiervoor hoeft hij niet naar het UWV of de rechter. Dat blijft zo. Maar als een werkgever gebruik wil blijven maken van de kennis en ervaring van de werknemer, en de werknemer stemt hiermee in, kan het dienstverband worden voortgezet. Om risico's voor de werkgever te beperken, is de wet 'doorwerken na AOW-leeftijd' aangenomen.
We zetten de veranderingen op een rij. Waar hieronder "werknemer" wordt geschreven, bedoelen we telkens een werknemer die ouder is dan de AOW-leeftijd. De veranderingen voor deze werknemers zijn:

  • Bij ziekte van de werknemer, hoeft de werkgever maximaal 13 weken het loon door te betalen. Dat is bij een werknemer tot de AOW-leeftijd 104 weken. Deze maatregel wordt geëvalueerd in 2018. Dan wordt besloten of de doorbetalingsplicht voor zieke werknemers verder kan worden ingekort tot 6 weken.
  • De opzegtermijn wordt één maand. Voor jongere werknemers is de minimale opzegtermijn vaak langer. Dit is onder meer afhankelijk van de duur van het dienstverband.
  • Als de werkgever in verband met een reorganisatie werknemers wil ontslaan, moet hij eerst de werknemer ontslaan die ouder is dan de AOW-leeftijd. Hiermee wordt voorkomen dat deze ouderen de arbeidsplaatsen van jongeren bezet houden. In de private sector gold deze regel al. Straks dus ook in de publieke sector.
  • De gewone ontslagregels gelden, maar een werkgever hoeft geen transitievergoeding te betalen aan de werknemer.
  • Een werkgever hoeft niet in te gaan op een verzoek van werknemers om meer uren te gaan werken. Dat moet een werkgever wel doen wanneer een jongere werknemer een dergelijk verzoek doet.

Naast deze maatregelen, is al in de Wet Werk en Zekerheid opgenomen dat alle werknemers recht hebben op het minimumloon. Dat geldt nu ook voor werknemers boven de AOW-leeftijd. Verder moet het loon blijven voldoen aan de CAO-regels. Het mag dus niet zo zijn dat een oude werknemer minder verdient dan een jonge werknemer met dezelfde functie.
Tenslotte wilt u waarschijnlijk ook de ingangsdatum van uw pensioen uitstellen. Dit mag, maar het pensioen mag alleen worden uitgesteld naar rato van de mate waarin er wordt doorgewerkt. Gaat u (bijvoorbeeld) 80% werken, dan mag 80% van het pensioen worden uitgesteld. U ontvangt dus 20% van uw pensioen.

top ↑